Herman John (Harmen Jan) te Selle – testament

Harmen Jan te Selle Laatste wil en testament

Harmen Jan te Selle Laatste wil en testament

Harmen Jan te Selle overleed 22 juni 1919. In zijn testament van 3 februari 1919 bepaalde Harmen Jan te Selle dat zijn land en andere bezittingen onder al zijn twaalf levende kinderen zouden worden verdeeld door middel van verschillende combinaties van land en geld. Vijf van zijn zonen – William, Herman, Benjiman [sic], John en Gerrit – kregen alleen land, en zij waren ook verplicht wat geld te betalen aan de andere kinderen en aan hun moeder, Johanna. Naast contant geld van hun broers ontvingen de andere kinderen, behalve Evert, opbrengsten van de verkoop van wat ander land in Hayes County en in Holland, Nebraska. Volgens het testament van HJT kwam ook zoon Evert in aanmerking om hetzelfde deel te ontvangen als de andere kinderen, op voorwaarde dat Evert eerst een onbetaalde lening van $5.000 van Harmen Jan, die Evert blijkbaar nooit had terugbetaald, aan de nalatenschap terugbetaalde!

Onder het materiaal dat bij de reüniepanelen van 1989 zat, was een plattegrond van 1921 van Nebraska South Pass Township, even ten noordwesten van Firth. De kaart werd twee jaar na het overlijden van Harmen Jan gemaakt, en toont dus het nieuwe eigendom van Harmen Jans vroegere land door zijn zonen, overeenkomstig de bepalingen van zijn testament. Volg de link om de plattegrond te bekijken en zoom in om de namen van Harmen Jans zonen te zien, gemarkeerd samen met andere TeSelles die land bezaten in die bepaalde gemeente.

De relatief gelijke verdeling van het vermogen van Harmen Jan te Selle over al zijn kinderen was zeker een radicale afwijking van het systeem van “primogeniteit” waarin Harmen Jan als jongste van zeven broers was geboren. Toen Harmen Jans vader overleed(Jan Albert te Selle 1800-1845), werden al zijn bezittingen geërfd door Harmen Jans oudste broer, Derk Willem te Selle (1827-1904). De andere zes te Selle broers moesten zichzelf zien te redden. Deze traditie van eerstgeboorterecht was zeker een factor die de drie jongste te Selle broers beïnvloedde om vanuit Nederland naar Nebraska te emigreren. Blijkbaar herinnerde Harmen Jan te Selle zich bij het opstellen van zijn testament zijn eigen gevoelens van oneerlijkheid en teleurstelling over het feit dat hij geen erfenis van zijn eigen vader had gekregen. (Lees het interessante artikel“Het recht om te blijven” elders op deze website, over de rechten en plichten van vererving door de oudste zoon, zoals gebruikelijk in de Achterhoek rond Winterswijk, Nederland, waar Harmen Jan en zijn broers werden opgevoed).

In het testament van Harmen Jan wordt geen melding gemaakt van zijn stiefzoon, Manus John Schreurs, die toen al in de 50 was. Manus was de zoon van Harmen Jans eerste vrouw, Berendina Aleida Reusink, uit haar vorige huwelijk. Harmen Jan behandelde Manus John alsof Manus zijn eigen kind was en zorgde voor hem zoals alle andere kinderen van Harmen Jan, zelfs nadat Manus’ moeder in maart 1876 stierf aan complicaties bij de bevalling. Maar misschien was Manus tegen de tijd dat Harmen Jan zijn testament in 1919 opstelde al goed ingeburgerd in de gemeenschap en had hij voldoende eigen land, zodat Harmen Jan vond dat zijn jongere kinderen meer behoefte hadden aan land en geld dan Manus. Harmen Jans jongere zonen die zijn land erfden waren pas 20 jaar oud toen Harmen Jan overleed.

Het testament van Harmen Jan te Selle werd met ons gedeeld door zijn achterkleindochter Yvonne Butner. Yvonne’s grootmoeder was Johanna Marie “Annie” TeSelle (1896-1972), het jongste kind van Harmen Jan. Yvonne zei dat ze het testament vond tussen de memorabilia van haar grootmoeder. Haar grootmoeder “Annie” was getrouwd in april 1919, dus woonde zij waarschijnlijk nog thuis bij haar ouders, Harmen Jan en Johanna, vlak voordat Harmen Jan overleed in juni 1919. Annie had waarschijnlijk een kopie van Harmen Jans testament in haar bezit, want zij zou haar broer John Henry TeSelle (1893-1955) hebben geholpen met het beheer van de nalatenschap van hun vader. John Henry, die ongeveer 26 jaar oud zou zijn geweest, werd door zijn vader genoemd als uitvoerder van het testament. Hun moeder, Johanna Brethouwer te Selle, overleefde tot 1927.