Brief 6


Date (sent): 5 april 1869
Writer: Harmen Jan te Selle
Place: Holland, Sheboygan County, Wisconsin
Addressee: Mw. Dela te Selle-ten Damme, Derk Willem te Selle
Address (sent to): Fökkink farm, Winterswijk, NL

Town Holland 1869 April Den 5

Waarde en Zeer Geacte Moeder en Broeders met uwe Vrouwen en Kinderen, wij laten u weten dat wij alle noch goed Gezond zijn en hetzelfde hopen wij ook van u te mogen horen Ware het anders het zoude ons van harte leet wezen Zoo neem ik dan de pen op om u het een en ader te laten weten, Maar dit zou ik haast vergeten hebben den brief door u geschreven Den 10 Januarij hebben wij ontvangen en daar uit uwen welstand vernomen.

Maar die brief was niet heel aangemaam, Truerig mag men wel zeggen dat men van een onser Broeders zulks moet hooren Het Schijnt daaruit of de duivel geheel met hem omwandeld. Moeder en Broeders nu wij zulks van hem horen, Zal ik het u ook schrijven.

Bijna een jaar geleden heeft hij een brief aan ons geschreven maar ons verboden niet aan D W te Selle te schrijven dat hij ons een brief geschreven hat. En dit zouden wij ook niet gedaan hebben indien wij verder niets meer van hem gehoord hadden Hij schreef ons dan Geachte Broeders en dan dat hij noch goed gezond was, hij en zijne Kinderen maar van zijn vrouw schreef hij niet, Daar konden wij in Eerst niets van bemerken dat hij getrouwd was, Maar eindelijk kwam het er toch uit.

Broeders ik ben weer getroud maar daar kan ik mij niet mee vereenigen want zij deugt niet veel en dan kan zij zoo mooi praten en klappen als zij bij een ander is dan schijnt zij heel vroom te zijn dan is zij altijd de beste, en het gij mij wel ooit over Grade horen klagen dat die niet goed was Hij wouw misschien me zeggen het ligt niet aan mij. Maar hoe zou het daar bij u wel wezen zou het daar voor mij wel goed wezen Het zij dat ik daar klomppen kon of dat ik een boeren knegt ging worden. Schrijft mij eens wat of de kegten daar verdienen. Want zoo ben ik voornemens bij u te komen. En schrijft mij ook eens of het daar voor Janna goed is want die mijd hou ik veel van en ik zouw willen dat die ook goed leven hat. Zij is nu bij de koster en verdiend 40 Gulden en zij houden veel van haar

En noch veel meer zulken omstandigheden daar wij genoeg uit konden bemerken dat hij voornemens was om zoo maar weg te lopen en zijn Vrouw Achgter te laten. Daar stonden wij van te kijken, van zulk een brief

Wel zegt Jan Henderik wat moeten wij daar mee doen, Ik zeg wel als gij het niet weet, ik weet het wel, Een brief schrijven daar hij een goeden jas van kan aan treken en die hem ter degen past, ja maar niet te hart, ik zeg ja hij moet niet veel troost hebben. Wel zeg Jan Henderik, Schrijft gij maar een natoe

Ik Schreef Broeder wij hebben tot ons leetwezen Een brief van u ontvangen. En daaruit gezien dad gij weer gehuwd zijt maar waar mee schrijft gij ons niet of het een oude vrouw is van 40 jaaren of een jonge meid van 18 jaaren weten wij niemedal van, Maar gij schrijft dat gij met haar niet kund vereenigen,

Waar is dat ofer, ofer godsdienstigen zaken, gij moet niet te veel met haar twisten, of is het ofer huisselijkke zaken gij moet haar niet te veel komederen, indien zij haar verstand heef zal zij zelf wel weten wat zij te doen heeft, of is zij toch wat wonder zoekt haar te beteren, En denkt aan de woorden van den Aposstel de ongeregtigheid van de vrouw zal gehijligd worden door de man en de ongeregtighhijd van de man zal gehijligd worden door de vrouw.

O Broeder laat zulke gedachgten bij u niet opkomen dat gij van haar wild Schijden, En dan na Amerika gij zuld wel denken daar weten zij niemedal van. Daar ben ik noch een loslopende Kerel daar kan ik noch een eerlijk man blijven. Broeder gij vergist u, hier is zoo veel Hollands volk en wij weten hier meer als gij wel denk, En als gij zulks deet gij zout ons een grote Schande aandoen en zij zouden u schuwen en zeggen die Kerel is uit Holland en heeft zijn vrouw en kinderen achter gelaten, dat is een Losbandiege Kerel daar is niet veel bij, En zoo zulks doet moet gij bij ons niet komen. Maar indien gij komt met uwe vrouw en kinderen en verdaargt u als het behoort zoo zullen wij u met vruegde ontvangen, En zoo heb ik hem noch meer geschreven maar het zou te veel wezen om het u alle te schrijven.

Zoo kwam ik bij J H en die heeft noch een woor of wat er bij gezet doch wat meer troostent Want hem dunkte het was te hart.

Indien gij ons schrijft moet gij ons laten weten waar die vrouw van was. Wij hebben W Wassink nagevraagt die wist het ook niet. Broeder D W gij schreeft in dien brief dat gij aan mij geschrefeven had die gij in een brief van ten Henpe die de dogter van den Sijbelskamp heeft, dat gij daar bij in gedaan had, die brief heb ik tot hiertoe niet gezien,

Geachte Moeder dewijl ik nu goede gelegenhijd hebben met G Lammers die gaat ofer veertien dagen weer na Holland en daar ben ik goed me bekend, dan zal ik aan u Moeder een presentje sturen niet omdat ik denk dat gij het nodig heb om uwe armoede daar mede te verligten maar voor een gedagtenis.

Broeder D Willem zoo geef ik 2 Gulden aan uwe Kinderen tot een gedachtenis voor haar, daar kunt gij voor kopen wat gij wild. Zoo stuur ik u 7 zeven Doller, maar hoeveel gulden dat maken zal weet ik niet want hier dat papieren geld moet veel op verliezen om daar goud voor te krijgen. Zoo geef ik het G Lammers mede die kan het in Niewjork laten om zetten en zoo kan hij het u in geld bezorgen goud of zilfer wat het dan is, maar zoo gij het ontvangen heb moet gij mij eens spoedig Schrijven hoeveel gij ontvangen heb. Want dan zou ik graag willen wetten hoefeel het uit gemaak heeft.

Van dezen winter is het hier heel zacht En hebben genen strengen koude gehad maar nu begind het ons noch te krijgen Den 1 April heef hier zoo Verm gesneuwd dat het een goede Dezemberdag kon heten het land is noch met ijs en sneuw bedekt bij plaasten noch wel twee voet. maar toch is het hier en het voorjaar niet zoo vroeg als bij u tot midden mij eer men de beesten goed aan het gras heef

De Tarwe is van dit jaar half zoo duur als voorige jaar Die kost nu van 95 Cent tot 1 Doller En het voriege jaar ruim 2 Dollers En ook is er niet zooveel gegroet als het voorige jaar want het was het zeer droog.

Het Hooj was niet half zoo veel als vorige jar waar het lage grond was ging het bijzonder goed maar de hoge grond was slegt. Het hooi kost van 8 tot 9 Doller de duizend pond zoo duur is het in lang niet geweest. Boter kost 30 Cent het pond De Eijers 8 Cent de 6 De paarden zijn heel goedkoop. De ossen van 100 tot 140 De twee goede melkkoejen van 40 tot 45 Doller De magere varkens zijn ook goed aan geld

Noch een woord en dat noch wel het voornaamste Janna Ongena Is voor agt dagen als buurvrouw bij ons gekomen. Zij heef een man getrouwt met drie kinderen zij kan zich dus verhuegen ineens met drie kinderen

Zij is onze naaste buurvrouw gij kent haar toch zeker wel Janna Ongena van het Loderhuisjen, indien daar noch jonge mijden gevonden worden die graag een man willen hebben Stuurs zee alle hier heen want hier is groot gebrek

Hier moet ik eindegen.

Toegevoegd aan de rand en op kop geschreven:

1.
Zoo ik niet beter weet is Broeder J H en zijn vrouw goed gezond en hij is heel spoedig een jonge zoon of dochter te verwagten Zoo kunt gij genoeg zien dat Amerika een vrugbaar land is Nu groete van ons allen
H. J. te Selle

2.
Hier is een protret van onze klijnen Dela Zij is nu 11 maanden ouwt Zij zit alleen op een stoel maar het was moejelijk om haar zoo lang stil te houden Zoo

3.
Ik ging met die brief op na de post toe en toen was het te zwaar ik zal dat protret met G. Lammers sturen

Nummer 06-a: toegevoegd klein briefje.

Nog een klijn briefjen. Moeder en Broeders, Waarvan ik mijn hart niet langer kan onthouden om het u te schrijven. Veel denk ik aan Holland aan dat Oude Vaderland, als ik mij eens overdenk hoe het daar vele menschen hebben en ook sommige van mijn eigen broeders. hoe zij arbijden moeten van den vroegen morgen tot den laten avond en dan met een sober kosje zig behelpen, zoo denk ik vaak waren zij maar hier, en ik denk dan aan mijn eigen hoe men het hier op tafel kan brengen drie maal daags zoo veel spek en Vlees als wij maar lusten, o wat een voreg heb ik dan bij vele mijner broederen. De heere Zij dank dat hij mij zoo een bezit na het aartse heef geegeven, maar eer ik tot het huwelijk overging heb ik gedurig den Heere gebeden en vraagde gelijk David deed zal ik optrekken.

Toen ik uit Holland ging had broeder J H drie maal zoo veel als ik, maar nu heb ik dertig maal meer dan hij, zoo kunnen de tijden veranderen, Zondaags morgens zeg ik maar tegen de kneg doet de paarde voor de wagen en zo ga ik en mijn vrouw in den wagen en varend na de kerk. Zoo komen menigmaal tranen in mijn oogen dat ik denk hoe heef de Heere mij zoo een zegen gedaan.

Nummer 06-b : nog een toegevoegd briefje.

Town Holland April Den 12

Nogmaals een klijn briefjen en laat U daar bij weten dat wij noch goed gezond zijn. Ook Broeder Jan Henderik en zijn Vrouw is noch goed gezond Ook is hem den 4 April een jonge dochter geboren waarvan Vrouw en Kind heel wel en gezond zijn. De naam Van het klijne is Dela. Komt haar dan eens spoedig bezoeken heb e groetenis van haar, en ook van ons allen

H J te Selle

Als G.Lammers bij u komt kan u meer Vertellen als ik u kan Schrijven.