ten Damme, Dela (1802-1883)


View Genealogy

Zie Inhoudsopgave voor Dela te Selle-ten Damme

Dela ten Damme was van geboorte geen Te Selle, maar werd dat door haar huwelijk met Jan Albert te Selle (1800-1845). Toch had zij een stevige invloed op haar zeven Te Selle-zonen en in het verlengde daarvan een diepgaand effect op honderden van haar nakomelingen, zowel in Nederland als in de Verenigde Staten.

Dela ten Damme werd geboren op 1 juni 1802 op boerderij “Het Damme” in het Woold, een buurtschap binnen de gemeente Winterswijk. Haar ouders waren Albert ten Damme en Hinders Nijhof[1. Ancestry.com. Web: Netherlands, Genealogie Online Trees Index, 1000-Current (database on-line). Provo, UT, USA: Ancestry.com Operations, Inc., 2014.
], eenvoudige Winterswijkse boeren zoals de meeste mensen in dat gebied.

Op 4 juni 1826 trouwde Dela, 24 jaar oud, met Jan Albert te Selle, een jonge boer eveneens afkomstig uit het Woold. Het jonge paar begon zijn leven met elkaar op boerderij “De Selle”, waar Jan Albert opgegroeid was als de oudste zoon van Teunis te Selle en Dela te Selle-Wilterdink.

Jan Albert en zijn vrouw Dela hadden zeven zonen: Derk Willem (1827-1904), Tobias (1830-1887), Hendrik Jan (1832-1911), Jan Albert (1835-1890), Jan Hendrik (1838-1921), Gerrit Jan (1841-1908) en Harmen Jan (1844-1919)
Ongelukkigerwijze overleed Dela’s echtgenoot Jan Albert voortijdig in 1845 op 45-jarige leeftijd, zodat Dela boerderij “De Selle” alleen moest gaan bestieren en haar zeven jonge zonen moest opvoeden. Van de oudste Derk Willem die 18 jaar was tot en met baby Harmen Jan die pas een jaar oud was.

Gelukkig kon het gezin als pachter blijven wonen op boerderij “De Selle”, waar het zich mocht verheugen in een vriendschappelijke, langdurige relatie met scholteboer Jan Albert Bennink. Echter helemaal in haar eentje en zonder de hulp en leiding van haar echtgenoot had Dela de enorme last voedsel, onderdak en een toekomst voor haar jonge gezin te verschaffen.

Dela bleef nog 16 jaar lang op boerderij “De Selle” terwijl haar jonge zonen opgroeiden tot mannen. In die jaren trouwden de oudste vier – Derk Willem in 1855, Tobias ook in 1855, Hendrik Jan in 1859 en Jan Albert eveneens in 1859. Aangezien hij de oudste zoon was bleef Derk Willem achter op boerderij “De Selle” om de landbouwtraditie en het levensonderhoud van het gezin te bewaren en beschermen. De andere drie broers verhuisden met hun nieuwe echtgenotes naar andere boerderijen in de omgeving. De drie jongere, ongetrouwde broers bleven achter op boerderij “De Selle” en hielpen hun moeder Dela en oudste broer Derk Willem met het boerenwerk en andere klussen om het gezin te onderhouden.

De eigenaar van boerderij “De Selle”, Jan Albert Bennink had een dochter genaamd Janna Willemina Bennink. Janna Willemina trouwde omstreeks 1849 met Jan Hendrik Hijink. Tussen 1849 en 1858 woonde dit echtpaar eerst op boerderij “Wevers” en later op boerderij “Buitink”. In die tijd kreeg dit echtpaar vier kinderen. In 1861 besloot vader Jan Albert Bennink boerderij “De Selle” te verkopen aan zijn schoonzoon Jan Hendrik Hijink, ook om de banden te versterken tussen deze twee prominente Scholtenfamilies Bennink en Hijink[2. Jan Hendrik Hijink (19-3-1827) geboren op Buitink Kotten,
z.v. Derk Willem Hijink en Janna Geertruid Sikkink

Janna Willemina Bennink (16-6-1828) geboren op Wevers Woold,
d.v. Jan Albert Bennink en Aleida Willemina Planten

Kinderen:
1. Albert Willem Hijink (4-11-1850) geboren op Wevers
2. Gerrit Bartus Hijink (15-3-1852) geboren op Wevers
3. Jan Albert Hijink (13-3-1855) geboren op Wevers
4. Diederika Willemina Hijink (14-3-1858) geboren op Buitink
5. Johanna Lubberta Hijink (28-2-1861) geboren op De Selle

Source: te Selle, Geert, Winterswijk, Netherlands].

Jammer genoeg voor het gezin Te Selle kregen Dela te Selle-ten Damme en haar zonen onder de toenmaals geldende pachtovereenkomsten slechts een paar maanden de tijd om te vertrekken van boerderij “De Selle” waar de familie Te Selle zo’n 150 jaar had gewoond en om een nieuwe plek te vinden waar ze hun leven konden voortzetten. Deze uitzetting was een hele schok voor het gezin Te Selle. Hermen Wiggers, overgrootvader van Dela’s echtgenoot Jan Albert te Selle was omstreeks 1712 naar boerderij “De Selle” verhuisd toen Hermen Wiggers trouwde met Geesjen Schreurs. De familienaam Te Selle was in feite afgeleid van de naam van boerderij “De Selle”. Het moet voor Dela en haar zeven zonen behoorlijk vreemd en verwarrend geweest zijn om hun naamgevende boerderij “De Selle” achter te laten en te verhuizen naar een nieuw onbekend thuis.

Ondanks de urgentie om te verhuizen van boerderij “De Selle” was Dela te Selle-ten Damme schrander genoeg om zich te realiseren dat zij geen pachter meer wilde worden van een boerderij die aan een andere scholteboer toebehoorde. Zoals u elders in de website kunt lezen in het hoofdstuk over de Winterswijkse Scholten waren pachtovereenkomsten met Scholten vaak van zeer korte duur geworden en waren ze ernstig ten nadele van de pachter. Gelukkig voor Dela hadden veel Winterswijkers zich aangesloten bij de emigratiebeweging naar Amerika. Als gevolg hiervan waren er veel vacante of verlaten boerderijen beschikbaar. Dela keek zorgvuldig om zich heen en vond zelfs drie boerderijen die beschikbaar en geschikt waren. Zij koos een boerderij uit in de aangrenzende buurtschap Kotten, genaamd “Fökkink”. De eigenaar van deze boerderij was Steven Jan Goossens een arts en geen boer die in het dorp Winterswijk woonde. Goossens “een darper” eiste geen onvriendelijke, drukkende pachtovereenkomst en effende feitelijk voor Dela en haar jongens de weg naar een toekomstige overname van boerderij “Fökkink” waarmee zij hun eigen toekomst konden bepalen. Dela te Selle-ten Damme verhuisde zo in 1861 naar “Fökkink” samen met haar oudste zoon Derk Willem, zijn echtgenote Janna Berendina Weerkamp (1822-1877) en hun drie jonge zoons. Ook Dela’s jongste zonen Jan Hendrik, Gerrit Jan en Harmen Jan woonden nog steeds bij hun moeder Dela op boerderij “Fökkink”. De tijd naderde echter dat deze drie zouden moeten besluiten wat zij met hun leven zouden aanvangen.

Zoals beschreven in het hoofdstuk “Het Blijversrecht” werd de inboedel en andere bezittingen gegeven aan de oudste Te Selle-zoon, Derk Willem. De andere broers erfden weinig en moesten maar voor zichzelf zien te zorgen. Enkele oudere broers besloten een baan te zoeken als wever, klompenmaker, timmerman of verhuurden zich als boerenknecht. De drie jongste zonen besloten echter zich aan te sluiten bij de emigratiebeweging naar de Verenigde Staten in de jaren 1820-1870. Deze jongere broers waren boer in hart en nieren en hadden het gevoel dat de mogelijkheden in Amerika veel beter waren dan die welke voorhanden waren als ze dicht bij huis bleven in Nederland.

We kunnen niet weten hoe het Dela te moede was toen haar jongste drie zonen Nederland – waarschijnlijk voor altijd – verlieten om een nieuw leven in de Verenigde Staten op te bouwen. Wat we echter wel weten is dat Dela een scherpzinnige, slimme en pragmatische moeder was die waarschijnlijk ook wel inzag dat er maar weinig veelbelovende mogelijkheden voor haar zoons waren als zij in de omgeving van Winterswijk bleven. Ze had ze uitgerust met een sterk karakter, een gezonde werkopvatting en een grondige kennis van het boerenleven. Ze moet vol zelfvertrouwen aangevoeld hebben dat als er feitelijk goede mogelijkheden zouden zijn in de Verenigde Staten haar jongens ieder voordeel uit deze mogelijkheden zouden weten te grijpen.

Dela te Selle-ten Damme werd 81 jaar oud en leefde tot aan haar dood op 26 maart 1883 op boerderij “Fökkink”. Tijdens deze jaren correspondeerde ze regelmatig met haar drie zonen in de Verenigde Staten (zie “Brieven uit Amerika”) Ze was ook nog in de gelegenheid in 1878 om haar zonen in Amerika te bezoeken (zie brief 19). Ze moet wel erg trots geweest zijn over het bestaan dat ze daar ieder voor zichzelf en hun gezin hadden weten op te bouwen. Hoewel Dela daar waarschijnlijk nooit over heeft nagedacht zijn er honderden van haar Amerikaanse nakomelingen zoals ikzelf die haar dank verschuldigd zijn voor de opvoeding van deze drie jonge emigrantenzonen – Jan Hendrik, Gerrit Jan en Harmen Jan. Zij wenste ze het beste toen ze hen naar Amerika liet vertrekken waar ze zich een productief en voorspoedig bestaan en gezin wisten op te bouwen. Zo gaven zij ons allen een sterke verbondenheid met Dela te Selle-ten Damme en met de familie Te Selle in Nederland.

Voor verdere bespreking van Dela te Selle-ten Damme en haar gezin zie het hoofdstuk “Van Kotten naar Wisconsin en verder naar Nebraska.”